Als het grondwoord een initiaalwoord, een letter, een cijfer of een symbool is, gebruiken we een apostrof in het verkleinwoord.
cd’tje
A4’tje
s’je
m’etje
Letterwoorden en verkortingen worden behandeld als gewone grondwoorden. We hechten het achtervoegsel vast aan het woord.
radar – radartje
cd-rom – cd-rommetje
prof – profje
demo – demootje
Een letterwoord met een hoofdletter krijgt een apostrof voor de uitgang van het verkleinwoord.
de FAQ’jes
een Benelux’je
Zie ook: samenstelling met koppelteken