Spelcheck
11.5

verleden tijd van onregelmatige werkwoorden

lopen

 

vinden

\tik, jij, het liep

verledentijdsstam

ik, jij, het vond

\twij, jullie, zij liepen

verledentijdsstam+en

wij, jullie, zij vonden


Een verledentijdsstam met /aa/ heeft in het enkelvoud een /a/: wij kwamen – ik kwam.

De vorm met u is gelijk aan die met jij.

(jij liep) u liep – liep u

(jij vond) u vond – vond u

De vorm met gij krijgt altijd een uitgang -t.

gij liept – gij vondt

liept gij – vondt gij

Bron Overheid.nl – Besluit bekendmaking spellingvoorschriften.